Klerkenwerk #1

‘Maar u moet echt langskomen op kantoor’
– ‘Nee, dat kan echt niet, weet u wel hoeveel ik hier nu nog moet regelen?’

‘Dat begrijp ik wel, maar….’
– ‘Dat begrijpt u helemaal niet! Ik sta er helemaal alleen voor weet u. En alles moet nog weg. Ik moet hier blijven.’
‘ Oké, maar…’
– ‘Dus u handelt het zo maar af, ik heb daar echt geen tijd voor.’

‘Mevrouw, dat kan echt niet hoor. Kunt u niet even langs komen om…’
– ‘Wat zeg ik nou net jongedame? Nee, ik sta er alleen voor. Weet u wel hoeveel er nog ingepakt moet worden? Waarom komt u daar dan ook zo laat mee?’
‘ U heeft de papieren als het goed is twee weken geleden al ontvangen.’
-‘ Verwacht u nu serieus dat ik dat allemaal zou doorlezen? Ik moet nog zoveel doen, daar heb ik toch helemaal geen tijd voor!’

‘Ik vind het echt heel vervelend voor u, mevrouw…’
-‘Daar merk ik anders helemaal niets van!’
‘Kan ik misschien bij u langs komen dan…’
-‘Ja maar ik zit in de troep, weet u wel hoeveel er vandaag allemaal gedaan moet worden? Dat wordt erg lastig hoor!’
‘Het hoeft niet lang te duren hoor mevrouw. U dient wel een legitimatiebewijs mee te nemen.’
– ‘Mijn paspoort? Daar heeft u toch al een kopie van? Mijn hemel u vraagt wel bijzonder veel van mij hoor. Weet u wel wat ik allemaal hier moet doen vandaag? Nu moet ik mijn paspoort ook nog gaan opzoeken…. Kan ik niet gewoon volgende week even langskomen. Dat komt veel beter uit. Kan ik daarna meteen naar de kapper.’

‘Nou nee mevrouw, dat kan niet. De overdracht staat voor vanmiddag om twee uur gepland, en…’
-‘Ja dat weet ik ook wel! Daarom heb ik nu geen tijd, weet u wel hoe druk ik het heb?’
‘Mevrouw, zal ik dan even bij u langskomen? Maar dan wil ik ook wel uw paspoort zien.’
-‘Nou ja, dat kan ja. maar dan moet ik even kijken wanneer het uitkomt. Met al die drukte hier in huis. Moment …’
– ‘Ja ik zie het al, u kunt tussen twaalf uur en kwart over twaalf wel langskomen. Ik zal mijn paspoort wel weer opzoeken. Ik hoop dat ik het kan vinden. Ik vind het een enorm gedoe allemaal, maar goed…’

‘Prima mevrouw, dan zorg ik dat ik tussen twaalf en kwart over twaalf bij u ben’.
-‘ Maar niet eerder komen hoor, want dan heb ik geen tijd. En ook niet later komen hoor want dan moet ik ook weer wat regelen. Er is ook zoveel wat geregeld moet worden. Ik vind het erg onhandig zo. Kunt u het niet zonder mij doen?’

‘Nee mevrouw dat kan echt niet. Wij moeten echt zeker weten dat u hiermee akkoord bent en controleren wie u bent.’
-‘U weet toch al wie ik ben? Dat heb ik toch gezegd? Nou goed, ik zie u zo dadelijk. Maar niet te laat komen hoor. Ik moet nog zoveel doen vandaag en het is allemaal zo kort dag.’
‘ Ja mevrouw ik zal er zijn. Nee, niet te laat. Tot straks.’

Geen auto bij de hand, wel een kantoorfiets. Veel te hoog en met terugtraprem. Fijn!
Het heeft geijzeld en de zon heeft zich de hele dag nog niet laten zien. Met een uitgeprint routekaartje in de ene hand en een envelop met volmacht en pen in de andere stap ik op de fiets.
Er waait een koude wind en het lijkt wel alsof het nooit licht is geworden vandaag. Gelukkig kan ik de weg wonderwel goed vinden met het inmiddels verfrommelde routekaartje. Ik moet in een rustige woonwijk zijn. Het huis heb ik meteen gevonden, er staat een grote verhuiswagen voor de deur.

‘Goedemiddag mevrouw, ik ben van het notariskantoor. Ik zou langskomen met de volmacht.’
-‘Oh ja, ja ja het is ook zo hectisch. Komt u maar binnen.’

Ik stap binnen en we gaan aan de eettafel zitten. Haar paspoort heeft ze kennelijk gevonden, het ligt al klaar op de tafel.
Er lopen een heleboel verhuizers in het huis rond. Overal staan dozen op een rij en de verhuizers pakken voorzichtig de inhoud van een grote kast in de kamer in de vele dozen. Een ander stel verhuizers komt ondertussen de trap afgelopen met een meubelstuk.
Kort nemen we de conceptakte en de afrekening door, mevrouw heeft geen vragen. Daarna tekent ze de volmacht. De woning die ondertussen in een rap tempo leeggehaald wordt, gaat van eigenaar wisselen. Vanmiddag. Om twee uur.

-‘Het is allemaal zo hectisch, ik moest echt op tijd opstaan om deze heren hier binnen te laten.’

‘Dat begrijp ik mevrouw.’
-‘Maar ik hoef zelf niets in te pakken hoor, daar zou ik niet aan moeten denken zeg. Nee dat doen zij allemaal. Echt een uitkomst hoor. Ik zou echt niet weten hoe het anders allemaal zou moeten regelen.’
‘Inderdaad mevrouw. Nou dan ga ik weer terug naar kantoor met uw volmacht.’
-‘ Dat is prima hoor. Dag hoor en bedankt dat u langs kon komen, ik heb het echt ontzettend druk zoals u ziet.’
‘Geen probleem hoor.’

Weer de kou in. Brrrr, vlug terug naar het warme kantoor.
Het verfrommelde routekaartje heb ik al in m’n jaszak gestopt. Ik weet de weg terug zo ook wel.
In de woonwijk heb ik nog weinig last van wind. Dus ik denk, laat ik eens vlug wat snelheid maken. Maar dan vergeet ik dat het heeft geijzeld. De bol geklinkerde woonwijkstraat is een ideale ijsbaan geworden en voor ik het doorheb lig ik onelegant onder de kantoorfiets midden op straat.
Dat ik wilde remmen door wild met m’n handen in mijn stuur te knijpen heeft ook niet echt meegeholpen.

Ik kijk om me heen of niemand mij heeft gezien (wat wil ik daar mee bereiken?) en krabbel glibberend op. De enveloppe met de getekende volmacht is ook niet ongeschonden gebleven, maar gelukkig wel heel.
Met de fiets aan de hand ‘loop’ ik glippend en glijdend de straat uit.
Hoe heb ik in hemelsnaam op de heenweg hier gewoon overheen kunnen fietsen?, vraag ik me af.

Die middag zet ik rond half drie mijn handtekening onder de akte van levering. Namens de verkoopster.